top of page
a1234567.png

iNFILTRATIEKRATTEN

Wat is een infiltratiekrat?

 

Infiltratiesystemen kunnen overlast van regenwater voorkomen. Deze ondergrondse voorzieningen bestaan meestal uit infiltratiekratten of infiltratietunnels. Ze zorgen voor een holle ruimte onder de grond, waarin het regenwater tijdelijk kan worden geborgen en via de bodem en zijwanden geïnfiltreerd kan worden in de bodem. Om vervuiling vanuit de grond te voorkomen, worden infiltratiekratten omhuld met geotextiel, een kunststof vliesdoek.

 

Waar moet je rekening mee houden bij het aanleggen van een infiltratiekrat?

 

Het grondwaterniveau

De grondwaterstand met voldoende laag zijn om regenwater te kunnen infiltreren. Dat kan vanaf 80 cm onder maaiveld voor kratten en 1,2m voor infiltratietunnels. Als het grondwater te hoog staat, heeft het geen nut om te infiltreren met infiltratiekratten, de kratten zitten dan al vol met grondwater. De meeste gemeente hebben een overzicht van de grondwaterstanden. Deze kunt u ook vinden op www.dinoloket.nl

 

De infiltratiecapaciteit van de bodem

De grond rondom het infiltratiesysteem moet voldoende doorlatend zijn om het regenwater weg te kunnen laten lopen. De doorlatendheid wordt bepaald door de grondsoort. Via de gemeente of www.dinoloket.nl kunt u dit achterhalen. De doorlatendheid of infiltratiecapaciteit wordt weergegeven in een K-waarde. Hoe beter de doorlatendheid, hoe hoger de K-waarde. Een K-waarde van 1 betekent dat een regendruppel zich 1 meter verplaatst per 24 uur. Als de K-waarde kleiner is dan 1, dan wordt afgeraden om te infiltreren.

 

De beschikbare ruimte

Bomen moeten op voldoende afstand staan om wortel ingroei te voorkomen. Daarbij wordt meestal de grootte van de kruin aangehouden voor de afstandsbepaling.

De infiltratievoorziening mag niet overbouwd worden en moet minimaal drie meter van een kelder worden geplaatst om instroom van water te voorkomen bij niet-dichte kelders.

Ook moet er een overstort worden aangebracht om overtollig regenwater af te voeren bij hevige regenbuien en moet het systeem voldoende ontlucht worden. Deze functies worden vaak gecombineerd.

bottom of page